
Dr. Werner Van den Bergh, neuropsychiater
Maria-Theresiastraat 111 3000 Leuven 016-223187
e-mail : werner_van_den_bergh@hotmail.com
Welkom op deze site !
INLEIDING
EEG-biofeedback (ook genoemd neurofeedback) is een therapeutische trainingsmethode. De elektrische hersenactiviteit (EEG, elektro-encefalogram) wordt op een welbepaalde plaats op de schedelhuid gemeten, en in een computerprogramma worden in real-time welbepaalde hersengolffrequenties uitgefilterd. Als in de gemeten hersengolffrequenties bepaalde drempelwaarden overschreden worden, volgt op het computerscherm een belonend signaal onder vorm van een computerspel met oplopende puntenscore (feedback). Door conditionering wordt zo getracht bepaalde EEG-kenmerken te versterken of te verzwakken, zelfs zonder dat de persoon er zich van bewust is wat deze verandering tot stand brengt.
Vooral bij ADHD (attention deficit/hyperactivity disorder) zijn er talrijke wetenschappelijke studies verricht die aantonen dat het volgen van 20 tot 40 wekelijkse sessies van een halfuur tot blijvende verbetering leidt in alle gedragskenmerken van ADHD, en dit in 80 % van de gevallen.
ADHD komt voor bij 2-5% van de kinderen en bij 1-2% van de volwassenen. Het is een neurobiologische stoornis waarbij de zelforganisatie van de aandacht en van het aanpassingsvermogen tekort schiet. De meest effectieve behandeling is medicatie (Rilatine), maar velen zien er tegenop om jarenlang medicatie te blijven nemen, en niet bij iedereen is de medicatie effectief of goed verdragen. Gedragstherapie en cognitieve vaardigheidstrainingen worden ook toegepast, maar helaas is de veralgemening van de therapiesituatie naar alledaagse situaties vaak gering tot onbestaande.
DIAGNOSE MET QEEG BIJ ADHD
De diagnose ADHD wordt gesteld op basis van gedragskenmerken. Eindelijk is het toch mogelijk om op betrouwbare manier objectief gemeten elektrische hersenactiviteit te gebruiken bij het bevestigen van de diagnose.
Het EEG meet ter hoogte van de schedelhuid de elektrische hersengolven. Deze golven worden ingedeeld volgens hun golffrequentie : thètagolven hebben een frequentie van 4-7 cycli/s, alfagolven 8-12 cycli/s, bèta-1-golven 13-21 cycli/s. De onderlinge verhouding van de hoeveelheid van deze golven wordt sterk bepaald door het bewustzijnsniveau. QEEG (kwantitatief EEG) verschilt van het gewone EEG door het feit dat met computeranalyse kwantitatief nauwkeurig berekend wordt hoe sterk elk type golf aanwezig is. De spreiding over de hersenoppervlakte van deze waarden wordt visueel weergegeven zoals een weerkaart (brain mapping). Bovendien worden bij QEEG de bekomen meetwaarden vergeleken met een gegevensbank van normale metingen volgens leeftijdscategorie, zodat statistisch significant afwijkende waarden vastgesteld kunnen worden. Onderzoek heeft aangetoond dat de verhouding van de thètagolven (4-7 cycli/s) t.o.v. de bèta-1-golven (13-21 cycli/s) midden op de schedel bij ADHD statistisch significant verhoogd is. Bij 90% van een groep mensen met ADHD zijn deze waarden verhoogd. Anderzijds blijken 94% van de personen met een verhoogde waarde wel degelijk ADHD te hebben. QEEG kan dus een waardevolle aanvullende objectieve diagnostische waarde hebben bij ADHD. Hoewel de diagnose in hoofdzaak op basis van gedragskenmerken gesteld wordt, kunnen deze aanvullende objectieve metingen de diagnose bevestigen, en ook de onderliggende neurologische mechanismen beter doen begrijpen.
Er zijn aanwijzingen dat het centrale bèta-1 ritme een stabiliserende rol heeft bij de aandachtregulatie. Ook zijn er aanwijzingen dat dit ritme een functie van controleparameter heeft, die belet dat de EEG-activiteit (en daarmee de bewustzijnsactiviteit) té chaotisch is.
Naast het onderzoek van de EEG-activiteit in rusttoestand worden ook specifieke opgewekte hersenpotentialen gemeten en in kaart gebracht. Ze zijn een maat voor meerdere hogere hersenfuncties :
1) de N1 potentiaal is een maat voor de selectieve aandacht; 2) de N2b potentiaal is een maat voor het automatisch, voorbewust opmerken van ongewone stimuli; 3) de P3b is een maat voor de gecontroleerde stimulusevaluatie;4) de "no-go" N2 is een maat voor de responsonderdrukking en voor evaluatie van het optreden van conflicten tussen verschillende mogelijke responsen; 5) de "no-go" P3 is een maat voor de responsonderdrukking.
EEG-BIOFEEDBACKTHERAPIE BIJ ADHD
Er wordt tijdens deze sessies naar gestreefd de hoeveelheid thètagolven te verlagen en de hoeveelheid bèta-1-golven te verhogen. Tijdens een sessie wordt het EEG gemeten met één draadelektrode midden op de schedelhuid. In real-time worden de thèta- en bèta-1 golven uitgefilterd. Een computerspel met oplopende puntenscore wordt gekoppeld aan het verschijnen van de gewenste verhouding van thèta- en bèta-1-golven.
De veelgestelde en begrijpelijke vraag is hoe iemand tijdens een sessie zijn score gunstig kan beïnvloeden. Dit is echter een verkeerde vraag. Een normale aandacht verloopt via een adequate zelforganisatie van het systeem van de deelsystemen naar het geheel, en er is dus geen echte besturende instantie in onze persoon die dit leidt. Precies bij ADHD komt extra tot uiting dat men met de wil alleen de aandacht en het aanpassingsvermogen niet verbetert. Wat overigens door conditionering van de hersenactiviteit verbetert is niet enkel de gerichte aandacht, maar de globale stabiliteit van het waakzaamheidsniveau, waardoor er een verbeterde beschikbare aandacht ontstaat die het mogelijk maakt om aangepaster in te spelen op wisselende omstandigheden.
Door de thèta/bèta-1 activiteit te meten worden we bewust gemaakt van verschijnselen waarvan we normaal niet bewust zijn. Ze worden het onderwerp van een leerproces van de hersenen zelf, waarschijnlijk door een reorganisatie van neurale netwerken. Het leren via EEG training is niet iets dat een persoon doet, maar wat hij ervaart.
Interessante links met uitgebreide informatie en illustraties:
www.adhd.com.au
www.drhallowell.com/hallowell_center/qeeg.html (dit is de website van Dr. Hallowell, die samen met Dr. Ratey het welbekende boek "Driven to Distraction" schreef)
www.neurodevelopmentcenter.com |